Vanaf 1 juli 2026: vaste invoerheffing op kleine pakketten van buiten EU

Koop jij als consument producten uit landen buiten de EU tot een bedrag van € 150, dan hoef je daar nu nog geen invoerrechten over te betalen. Daar komt echter verandering in.

Vanaf 1 juli 2026 vervalt deze vrijstelling. In plaats daarvan betaal jij bij kleine afstandsverkopen van maximaal € 150 uit niet-EU-landen een vaste heffing van € 3 aan invoerrechten. Bestel jij bijvoorbeeld meerdere verschillende producten in één pakket, dan kan dit bedrag oplopen. Voor drie verschillende producten betaal je dan al € 9 aan invoerrechten.

Dit tarief van € 3 geldt in principe tot 1 juli 2028. Ook in landen als Frankrijk, België en Luxemburg zijn inmiddels invoerrechten ingevoerd op kleine pakketjes uit niet-EU-landen. Hiermee wordt voorkomen dat invoerrechten worden ontweken door pakketjes via andere EU-landen Europa binnen te laten komen.

Daarnaast komen er strengere regels voor leveranciers uit niet-EU-landen, zodat de controle op deze goederen verder wordt aangescherpt.

Vanaf uiterlijk 1 november 2026 komt er waarschijnlijk bovenop de € 3 heffing nog een extra Europese heffing van € 2. Deze geldt dan voor afstandsverkopen, ongeacht de waarde van het pakket.

Ondernemen stopt niet bij de bedrijfsdeur, ook privézaken doen er toe

Bij WEL Advies kijken we naar het totaalplaatje, inclusief de privésituatie van ondernemers. Veel ondernemers beschouwen hun zaak als hun pensioen, maar bij een zzp’er die feitelijk het bedrijf ís, kan dat een lastig verhaal worden.

Het regelen van een testament is daarom belangrijk, zowel bij leven (bijvoorbeeld bij blijvende arbeidsongeschiktheid) als bij overlijden. Zijn er meerdere aandeelhouders, dan is het cruciaal om goed vast te leggen wat er gebeurt met het vermogen van de onderneming wanneer één van hen overlijdt. Zonder duidelijke afspraken speelt het recht van een erfgenaam mee.

Door vooraf goede afspraken te maken, kan bijvoorbeeld worden geregeld dat de erfgenaam het verworven aandeel verplicht moet verkopen aan de andere aandeelhouders. Bij de start van een bedrijf is het verstandig vast te leggen wat er gebeurt als iemand ooit uit elkaar gaat, om welke reden dan ook. Daarnaast is het belangrijk om te beschrijven hoe de onderneming wordt gewaardeerd wanneer iemand moet worden uitgekocht. Daarvoor bestaan verschillende methodes, zoals contante kasstroom, rentabiliteit of intrinsieke waarde.

Typerend voor onze aanpak zijn dit soort eye-openers. Het loont ten zeerste om de cijfers te laten uitspitten en daarmee inzichten te verkrijgen die het bedrijf toekomstbestendig maken. Dat is geen droge kost, maar razend interessant en waardevol.

Zorg dat je onderneming en privézaken goed geregeld zijn en maak je bedrijf toekomstbestendig. Neem contact met ons op.

Zet jouw FOR op tijd om in een lijfrente en benut de premieaftrek in 2025

Heb je in het verleden pensioen opgebouwd via de fiscale oudedagsreserve (FOR)? Hoewel het sinds 2023 niet meer mogelijk is om nieuwe bedragen aan de FOR toe te voegen, mag je de opgebouwde reserve nog steeds volgens de oude regels omzetten in een lijfrente bij een bank of verzekeraar.

Wil je de premie voor deze lijfrente nog in jouw aangifte inkomstenbelasting 2025 aftrekken? Dan is het belangrijk dat je de premie op tijd betaalt. De premie is namelijk alleen aftrekbaar in 2025 als deze uiterlijk 30 juni 2026 op de rekening van de bank of verzekeraar staat.

Ons advies: wil je (een deel van) jouw opgebouwde FOR omzetten in een lijfrente? Regel dit dan vóór 1 juli 2026. Zo profiteer je nog van de premieaftrek in jouw aangifte inkomstenbelasting 2025 en voorkom je dat je deze aftrekmogelijkheid misloopt.

Wil je dat wij met je meekijken? Neem contact met ons op.

Pensioen in eigen beheer? Voorkom een onverwachte belastingheffing

Het opbouwen van pensioen in eigen beheer bij de bv is niet meer mogelijk. Heb jij destijds gekozen om het opgebouwde pensioen in de bv te laten staan? Zorg er dan voor dat de pensioenvoorziening jaarlijks wordt geïndexeerd en actuarieel wordt gewaardeerd.

Doe je dat niet, dan kan de Belastingdienst dit zien als het prijsgeven van pensioenrechten. In dat geval wordt de waarde in het economisch verkeer van de volledige pensioenvoorziening belast als loon uit vroegere dienstbetrekking. Daarnaast ben jij als dga ook 20% revisierente verschuldigd.

Controleer daarom of het pensioen in eigen beheer correct is geïndexeerd en actuarieel is gewaardeerd Is dit nog niet gebeurd? Laat dit dan alsnog uitvoeren en voorkom dat de volledige pensioenpot in één keer wordt belast én dat jij revisierente moet betalen.

Hoe prognoses ondernemers helpen grip te houden

Bij WEL Advies speelt dit aspect ook een rol bij het opstellen van een prognose en het periodiek toetsen daarvan aan de werkelijkheid. In onze klantenkring is er bijvoorbeeld een start-up in de marketing die binnen korte tijd snel wil groeien, inclusief het team. Wanneer moet er dan worden geïnvesteerd en een nieuw personeelslid worden aangenomen?

Wij maakten een plan op basis van de begroting voor anderhalf jaar vooruit, waarin steeds een stukje verwachte omzetstijging is meegenomen, gecategoriseerd per rubriek. Iedere maand vergelijken we de werkelijke groei met de begrote cijfers. Lukt het om de begrote omzet te behalen, dan is op het afgesproken moment een nieuwe medewerker nodig en weten we wanneer er geworven moet worden. Lukt dat niet, dan bekijken we wanneer de omzetstijging wél te verwachten is. Zo sparren we continu met de ondernemer.

Wanneer een adviseur slechts één of twee keer per jaar bij de klant komt, worden zulke ontwikkelingen vaak te laat gesignaleerd. Wij volgen de patronen doorlopend om gericht te kunnen adviseren. Terug naar de horeca: wanneer de inkoopprijs van bier stijgt, moet er direct worden geschakeld om de marges te bewaken. Zo houdt de ondernemer grip op de zaak en komt niet voor verrassingen te staan. Ik zie in klantgesprekken zelden situaties waarin ondernemers onverwacht geconfronteerd worden met hoge belastingen. Groeien zonder zorgen? Ontdek hoe continue prognoses je helpen het juiste moment te kiezen voor investeren en uitbreiden.

Vragen? Neem gerust contact met ons op.

Verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen

Ben je zelfstandig ondernemer? Dan krijg je mogelijk te maken met een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV). Het kabinet wil hiermee voorkomen dat zelfstandigen zonder inkomen komen te zitten als zij langdurig arbeidsongeschikt raken.

Veel zelfstandigen hebben momenteel geen arbeidsongeschiktheidsverzekering. Vaak zijn de premies hoog, vooral als je ouder bent of een medische voorgeschiedenis hebt. Daarom heeft het kabinet de Wet basisverzekering arbeidsongeschiktheid zelfstandigen (BAZ) ingediend bij de Tweede Kamer.

Voor wie geldt de verzekering?

De verzekering is bedoeld voor ondernemers die inkomstenbelasting betalen en de AOW-leeftijd nog niet hebben bereikt. Dit geldt voor zowel zelfstandigen zonder personeel als ondernemers met personeel.

Niet iedereen valt onder de regeling. Zo zijn resultaatgenieters, directeur-grootaandeelhouders (dga’s) en meewerkende partners uitgesloten van deze verplichte verzekering.

Wat zijn de kosten?

De premie bedraagt 5,4% van je winst uit onderneming, met een maximum van € 171 bruto per maand. De betaalde premie is fiscaal aftrekbaar als uitgave voor inkomensvoorzieningen.

Zo werkt de verzekering

De verzekering kent een wachttijd van twee jaar. Dat betekent dat je de eerste twee jaar van arbeidsongeschiktheid zelf financieel moet overbruggen. Dat kan bijvoorbeeld met spaargeld, een particuliere arbeidsongeschiktheidsverzekering of een Broodfonds.

Ben je na deze periode nog steeds arbeidsongeschikt? Dan ontvang je een uitkering van maximaal het wettelijke minimumloon.

Let op
Heb je al een arbeidsongeschiktheidsverzekering die voldoet aan de voorwaarden van de nieuwe wet? Dan hoef je je waarschijnlijk niet opnieuw verplicht te verzekeren. De definitieve regels moeten nog worden vastgesteld. Wij houden je op de hoogte.

Meer zekerheid voor flexwerkers: dit gaat er veranderen

Werk je met flexibele arbeidskrachten? Dan krijg je de komende jaren te maken met nieuwe regels. Het wetsvoorstel Meer zekerheid flexwerkers is onlangs aangenomen door de Tweede Kamer en brengt verschillende wijzigingen met zich mee voor werkgevers.

Gelijke arbeidsvoorwaarden voor uitzendkrachten

Vanaf 1 januari 2027 krijgen uitzendkrachten recht op minimaal gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden als werknemers die rechtstreeks bij jou in dienst zijn. Daarnaast is via een amendement geregeld dat uitzendkrachten ook recht krijgen op loondoorbetaling bij ziekte, zelfs wanneer zij werken met een uitzendbeding en dit niet via een cao is geregeld. In de huidige ABU-cao is deze loondoorbetaling al opgenomen, maar deze cao is niet langer algemeen verbindend verklaard.

Einde aan oproepcontracten

Vanaf 1 januari 2028 verdwijnen oproepcontracten. Hiervoor in de plaats komen zogenoemde bandbreedtecontracten, waarbij je een minimum- en maximumaantal uren afspreekt. Voor studenten en scholieren met een bijbaan van maximaal 16 uur per week en voor AOW-gerechtigden met een nulurencontract geldt een uitzondering.

Tijdelijke contracten worden echt tijdelijk

Het kabinet wil tijdelijke contracten weer uitsluitend inzetten voor tijdelijk werk. Daarom wordt het moeilijker om werknemers langdurig op tijdelijke contracten te laten werken. Op dit moment kun je na drie tijdelijke contracten en een onderbreking van zes maanden opnieuw tijdelijke contracten aanbieden aan dezelfde werknemer. Onder de nieuwe regels wordt deze onderbreking verlengd naar drie jaar. Alleen in beperkte gevallen kan hiervan via een cao worden afgeweken.

Tip
Maak je gebruik van flexwerkers? Breng dan nu alvast in kaart welke gevolgen deze wijzigingen hebben voor jouw organisatie. Zo kun je je tijdig voorbereiden op de nieuwe wetgeving en voorkom je verrassingen zodra de regels ingaan.

Onbelaste reiskostenvergoeding verhoogd naar € 0,25

Goed nieuws voor werkgevers en werknemers: de maximale onbelaste reiskostenvergoeding is verhoogd van € 0,23 naar € 0,25 per kilometer. Deze verhoging geldt met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026. De maatregel is onderdeel van het kabinetsbeleid om de economische gevolgen van de crisis in het Midden-Oosten op te vangen. Volgens berekeningen van het kabinet komt de verhoging neer op een voordeel van ongeveer € 0,30 per liter brandstof.

Ben je verplicht om de vergoeding te verhogen?

Als werkgever krijg je meer fiscale ruimte om reiskosten onbelast te vergoeden. Dat betekent echter niet automatisch dat je verplicht bent om de vergoeding te verhogen.

Of je de hogere vergoeding moet toepassen, hangt af van afspraken die zijn vastgelegd in:

  • de arbeidsovereenkomst;
  • het personeelshandboek;
  • de cao.

Controleer daarom goed welke afspraken binnen jouw organisatie gelden.

Wat betekent dit voor je salarisadministratie?

Een hogere kilometervergoeding kan leiden tot hogere loonkosten. Tegelijkertijd biedt de maatregel extra mogelijkheden binnen een cafetariaregeling.

Voor werknemers kan de verhoging op jaarbasis een aantrekkelijk voordeel opleveren, vooral bij grotere woon-werkafstanden.

Omdat de verhoging met terugwerkende kracht geldt vanaf 1 januari 2026, kan het nodig zijn om eerder verwerkte vergoedingen te corrigeren. De staatssecretaris heeft goedgekeurd dat je hiervoor een correctiebericht kunt indienen als je bedragen boven € 0,23 per kilometer eerder als belast loon hebt verwerkt.

Tip
Controleer hoe de reiskostenvergoedingen momenteel in jouw salarisadministratie zijn verwerkt. Kijk daarbij niet alleen naar de fiscale ruimte van € 0,25 per kilometer, maar ook naar bestaande arbeidsvoorwaarden en cao-afspraken. Zo voorkom je onnodige correcties achteraf en sluit je uitvoering aan op het beleid binnen je organisatie.