Extra subsidie voor klimaat- en energietransitie

Begeleidt u als leerbedrijf een mbo-student die een opleiding volgt die bijdraagt aan de klimaat- en energietransitie? Dan kunt u voor studiejaar 2025/2026 in aanmerking komen voor extra subsidie. U kunt alleen extra subsidie krijgen als de praktijkleerplaats in aanmerking komt voor de reguliere subsidie praktijkleren. Het aanvragen van deze extra subsidie wordt onderdeel van de reguliere subsidieaanvraag. Uw aanvraag voor studiejaar 2025/2026 kunt u tijdens de openstelling in 2026 indienen. Voor 2025/2026 gaat het om € 7 miljoen. Per volledige leerplaats (40 weken begeleiding) kunt u een extra subsidie van maximaal € 500 krijgen. Het definitieve bedrag wordt berekend op basis van het aantal goedgekeurde aanvragen en het beschikbare budget.

Tip
Aan de hand van de lijst met opleidingen (zie de link in de tekst hierboven) kunt u nagaan of uw bedrijf in aanmerking kan komen voor deze aanvullende subsidie.

 

Aanvraagloket subsidieregeling Praktijkleren opent

Biedt u in uw bedrijf in het studiejaar 2025/2026 praktijk- of werkleerplaatsen aan? U kunt dan vanaf maandag 2 juni, 9.00 uur subsidie aanvragen als tegemoetkoming in de begeleidingskosten. Deze subsidieregeling Praktijkleren is bedoeld om mensen beter voor te bereiden op de arbeidsmarkt. De regeling richt zich vooral op kwetsbare groepen, studenten in sectoren met een dreigend tekort aan gekwalificeerd personeel en op wetenschappelijk personeel. De voorwaarden om voor de subsidie in aanmerking te komen verschillen per categorie. Het maximale subsidiebedrag is € 2.700 per gerealiseerde praktijk- of werkleerplaats. De moeite waard dus om eens te (laten) onderzoeken of uw bedrijf hiervoor in aanmerking komt. Het aanvraagloket is open tot en met woensdag 17 september 2025, 17.00 uur.

Tip
Biedt u in uw bedrijf praktijk- of werkleerplaatsen aan? Onderzoek dan of u gebruik kunt maken van deze subsidiekans.

 

Maatregelen in de schenk- en erfbelasting

Het kabinet-Schoof wil ook op het gebied van schenk- en erfbelasting veranderingen doorvoeren. Daarbij is het doel om belastingconstructies aan te pakken die nu nog mogelijk zijn. Denk bijvoorbeeld aan situaties waarin mensen kort voor overlijden hun huwelijkse voorwaarden aanpassen om belasting te besparen. Om dat tegen te gaan, wil het kabinet het huwelijksvermogensrecht aanpassen. Bij een gemeenschap van goederen zou dan alleen belastingvrij tot 50% van het vermogen verkregen mogen worden bij het ontbinden van die gemeenschap.

Daarnaast wil het kabinet iets veranderen aan de manier waarop belastingrente wordt berekend bij een foutieve of onvolledige aangifte erfbelasting. Nu wordt die rente gerekend over het hele bedrag dat uiteindelijk verschuldigd is. Het kabinet stelt voor om alleen belastingrente te berekenen over het verschil tussen de onjuiste en de juiste definitieve aangifte.

Ook wordt er gekeken naar de aangiftetermijn voor de erfbelasting. Op dit moment moet de aangifte binnen acht maanden na overlijden gedaan zijn. Het kabinet wil die termijn verruimen.

Tot slot is er aandacht voor de positie van biologische kinderen die juridisch niet als kind worden erkend. Ben je buiten het huwelijk geboren en nooit juridisch erkend als kind van de ouder? Dan word je nu nog gezien als ‘derde’ voor de schenk- en erfbelasting. Dat betekent een lagere vrijstelling en hogere tarieven. Het kabinet wil dat veranderen. Als het voorstel doorgaat, krijg je als biologisch kind voortaan dezelfde fiscale rechten als een juridisch kind, dus ook recht op de hogere vrijstelling en lagere tarieven.

 

IB-maatregelen uit de Voorjaarsnota

Het kabinet-Schoof heeft nieuwe plannen bekendgemaakt voor de inkomstenbelasting. Wat merk jij daarvan in je portemonnee?

Vanaf volgend jaar wordt de hogere inflatie maar beperkt verwerkt in de belastingschijven en heffingskortingen. Hierdoor kun je sneller in een hogere belastingschijf vallen, terwijl de heffingskortingen minder stijgen. Dat betekent: je houdt mogelijk minder over.

Ook in box 3 verandert er wat. Het forfaitaire rendement voor ‘overige bezittingen’ (zoals beleggingen) gaat omhoog naar 7,78%. Tegelijk daalt het heffingsvrije vermogen in 2026 en 2027 naar € 51.396 per persoon.

Met deze maatregelen vangt de overheid het uitstel op van het nieuwe box-3-stelsel, dat nu pas in 2028 wordt ingevoerd. Tot en met 2025 betaal je bovendien nog geen belasting over het eigen gebruik van je onroerend goed in box 3.

Heb je spaargeld of beleggingen? Dan is het slim om te bekijken wat deze veranderingen voor jou betekenen.

Een klein geschenk, een groot gebaar

Geef je een cadeautje aan een werknemer? Dan geldt in principe: alles wat je werknemer krijgt vanwege de baan, is loon. Dus ook een geschenk. Maar geef je het vooral vanuit persoonlijke betrokkenheid,  bijvoorbeeld omdat iemand jarig is of ziek thuis zit, dan is het géén loon.

De Belastingdienst ziet zo’n geschenk niet als loon als je aan deze drie voorwaarden voldoet:

1. Je geeft de attentie op een moment waarop anderen dat ook zouden doen (zoals een bloemetje bij een verjaardag of ziekenhuisopname);

2. Het is geen geld of cadeaubon;

3. De waarde op de factuur (inclusief btw) is maximaal € 25. De verzendkosten tellen niet mee, zolang die apart op de factuur staan.

Toch een groter cadeau geven?

Wil je iets geven dat niet onder deze ‘kleinegeschenkenregeling’ valt bijvoorbeeld bij een dienstjubileum, dan heb je twee keuzes:

Je telt de waarde (incl. btw én eventuele verzendkosten) op bij het loon van de werknemer of je wijst het aan als eindheffingsloon en brengt het onder in de vrije ruimte van de werkkostenregeling.

Belangrijke veranderingen in de loonbelasting

Het kabinet heeft een aantal nieuwe maatregelen aangekondigd die gevolgen kunnen hebben voor jou als werkgever of voor de werknemer. We lichten de drie opvallendste wijzigingen in de loonbelasting voor je uit.

Geen bijtelling meer voor hubfietsen van de zaak

    Gebruik jij of een van je medewerkers een ‘hubfiets’ van de zaak? Goed nieuws: hier komt geen bijtelling meer bij kijken. Een hubfiets is een fiets die je gebruikt als schakel tussen bijvoorbeeld je treinreis en de eindbestemming. Omdat deze fietsen meestal niet mee naar huis gaan, is er weinig tot geen privégebruik. Daarom wil het kabinet ze uitzonderen van de bijtelling. Tot nu toe gold voor alle fietsen van de zaak standaard een bijtelling, omdat werd aangenomen dat ze ook privé worden gebruikt. Voor hubfietsen gaat dat dus veranderen.

    Nieuwe heffing bij fossiele auto van de zaak

    Stel jij vanaf 2027 een fossiele auto van de zaak ter beschikking aan je werknemer (dus een auto die niet volledig emissievrij is)? Dan krijg je te maken met een nieuwe pseudo-eindheffing. Je betaalt dan als werkgever 52% loonbelasting over de grondslag van de bijtelling voor privégebruik. Een eventuele eigen bijdrage van de werknemer telt hierbij niet mee. Let op: dit geldt alleen voor fossiele brandstofauto’s. Kies je voor een volledig emissievrije (bestel)auto? Dan geldt deze maatregel niet. Daarnaast blijft er ook nog reguliere loonbelasting verschuldigd over de bijtelling op het loon van de werknemer.

    Lagere belasting op aandelenopties voor medewerkers van startups en scale-ups

    Heb jij een startup of scale-up en wil je jouw medewerkers aandelenopties geven? Vanaf 2027 worden die fiscaal aantrekkelijker. In plaats van het huidige tarief van 49,5% in box 1, betalen je medewerkers straks effectief 32,17% belasting en dat pas bij verkoop van de aandelen. Nu moeten ze nog afrekenen zodra de aandelen verhandelbaar worden, ook als ze ze nog niet hebben verkocht. Deze wijziging kan helpen om talent aan te trekken en vast te houden.

    Een greep uit de Voorjaarsnota

    De Voorjaarsnota 2025 is gepresenteerd en zoals altijd zijn er een aantal fiscale maatregelen die van invloed kunnen zijn op ondernemers.

    Meewerkaftrek wordt afgebouwd en afgeschaft

    Werkt jouw partner onbetaald mee in de onderneming? Dan kom je nu mogelijk in aanmerking voor de meewerkaftrek. Deze regeling levert jaarlijks een belastingvoordeel op, mits jouw partner minimaal 525 uur per jaar meewerkt.

    Dit gaat veranderen:

    In 2027 wordt de meewerkaftrek met 75% verlaagd en in 2030 wordt de regeling helemaal afgeschaft. Dit betekent dat ondernemers minder fiscaal voordeel halen uit het laten meewerken van de partner. Het kan verstandig zijn om op tijd te kijken naar alternatieven.

    Stakingsaftrek op de schop

    Denk je eraan om jouw onderneming binnen enkele jaren te beëindigen? Dan is het goed om te weten dat ook de stakingsaftrek op de schop gaat. Deze aftrek bedraagt nu nog maximaal € 3.630 en is eenmalig te gebruiken bij bedrijfsbeëindiging.

    Dit gaat veranderen:

    In 2027 wordt de aftrek met 75% beperkt en in 2030 verdwijnt deze regeling helemaal. Dit kan financiële gevolgen hebben bij het stoppen met de onderneming.

    Wijzigingen in de milieuregelingen (MIA en Vamil)

    Goed nieuws voor ondernemers die willen investeren in duurzame bedrijfsmiddelen:

    De budgetruimte voor de Milieu-investeringsaftrek (MIA) wordt met € 35 miljoen verhoogd. Tegelijkertijd wordt het budget voor de Vamil-regeling (willekeurige afschrijving milieu-investeringen) met hetzelfde bedrag verlaagd. Een goede reden om investeringsplannen kritisch tegen het licht te houden.

    Einde kwarttarief motorrijtuigenbelasting

    Rijd je een bestelauto of voertuig waarvoor je nu nog profiteert van het kwarttarief in de motorrijtuigenbelasting? Vanaf 2028 wordt dit kwarttarief afgeschaft. 

    Meer zekerheid voor flexwerkers

    Werknemers met een flexibel arbeidscontract krijgen vanaf 1 januari 2027 meer zekerheid over hun inkomen en hun werktijd. Uitzendkrachten krijgen al vanaf 1 januari 2026 recht op tenminste gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden als reguliere werknemers. Dit staat in het onlangs bij de Tweede Kamer ingediende wetsvoorstel ‘Meer zekerheid flexwerkers’. Ook worden oproepcontracten vervangen door contracten met een minimum- en maximumaantal uren (bandbreedtecontracten). Hierbij geldt een uitzondering voor bijbanen van jongeren, studenten en scholieren. Tijdelijke contracten worden vanaf 2027 alleen bedoeld voor tijdelijk werk. Na een tijdelijk contract moeten werknemers sneller een vaste baan krijgen. Nu kunt u als werkgever na 3 tijdelijke contracten en een pauze van 6 maanden, opnieuw tijdelijke contracten aan dezelfde werknemer aanbieden. Dit wil het kabinet voorkomen door de termijn van 6 maanden te verhogen naar 5 jaar. Hierop zijn slechts beperkt uitzonderingen toegestaan in een cao.

    Tip
    Maakt u gebruik van flexwerkers? Inventariseer dan alvast welke gevolgen deze nieuwe regels zullen hebben voor uw organisatie.

     

    Wet werkelijk rendement box 3 ingediend

    Het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 is ingediend bij de Tweede Kamer. Daarmee start het wetgevingstraject naar een nieuw box-3-stelsel van belastingheffing over het werkelijke inkomen uit uw vermogen. Dat werkelijke inkomen bestaat uit directe en indirecte rendementen. Directe rendementen zoals rente, dividend, huuropbrengsten etc. zullen in de heffing worden betrokken na aftrek van kosten. Indirecte rendementen betreffen de gerealiseerde en ongerealiseerde waardeontwikkelingen op bijvoorbeeld uw effectenportefeuille of onroerende zaken. Deze waardeontwikkelingen worden in beginsel jaarlijkse belast (vermogensaanwasbelasting). Een uitzondering wordt gemaakt voor onroerende zaken en aandelen in een startup. Die worden pas belast bij verkoop (vermogenswinstbelasting). Onder ‘onroerende zaken’ vallen in dit verband ook gebruiksrechten die direct of indirect betrekking hebben op onroerende zaken, zoals vruchtgebruik en erfpacht. Tot slot zal een verlies in box 3 verrekend kunnen worden met box-3-inkomen uit toekomstige jaren.

    Tip
    De beoogde inwerkingtredingsdatum is 1 januari 2028. Hoewel het wetsvoorstel nog langs de parlementaire weg moet, kunt u met uw adviseur wel alvast de fiscale gevolgen van dit nieuwe box-3-stelsel in kaart brengen.

     

    Benut de studenten- en scholierenregeling

    Maakt u deze zomer gebruik van vakantiekrachten? Bijvoorbeeld omdat uw vaste personeel met vakantie gaat of omdat u juist in de zomer een seizoenspiek heeft en extra personeel moet inzetten om het werk gedaan te krijgen? Benut dan de fiscaal aantrekkelijke studenten- en scholierenregeling. U mag deze regeling toepassen als u hiertoe een schriftelijk, gedagtekend en ondertekend verzoek van de student heeft, dat u bewaart in uw loonadministratie. U mag dan de kwartaaltabel toepassen, ook al is het werkelijke loontijdvak anders. In deze tabel is meer loonheffingskorting verwerkt dan in andere tijdvaktabellen, waardoor de student meer nettoloon overhoudt. Het loon van drie maanden wordt bij elkaar opgeteld en de loonbelasting/premies volksverzekeringen (loonheffing) worden per kwartaal berekend. Ook voor de premies werknemersverzekeringen en de bijdrage Zorgverzekeringswet (Zvw) past u het kwartaaltijdvak en de kwartaaltabel toe.

    Tip
    Een voordeel voor de student is dat hij of zij niet hoeft te wachten tot het volgende kalenderjaar om de te veel betaalde loonbelasting via de IB-aangifte terug te vragen.