Maak op tijd bezwaar tegen de WOZ-beschikking 2026

Je hebt inmiddels de WOZ-beschikking 2026 van de gemeente ontvangen. Deze WOZ-waarde is gebaseerd op de waarde van je woning of pand op 1 januari 2025. Het is verstandig om die waarde goed te (laten) controleren, want hij heeft veel invloed.

De WOZ-waarde bepaalt namelijk niet alleen hoeveel gemeentelijke belasting je betaalt, maar speelt ook een rol bij andere belastingen, zoals de inkomstenbelasting en de schenk- en erfbelasting.

Ben je het niet eens met de vastgestelde waarde? Dan moet je binnen 6 weken na de datum op de beschikking bezwaar maken bij je gemeente. Let op: dit doe je dus niet bij de Belastingdienst.

Tip
Zorg dat je op tijd bezwaar indient. Mis je de termijn van 6 weken? Dan zit je een jaar lang vast aan de vastgestelde WOZ-waarde en dat werkt door in meerdere belastingen.

Los op tijd schulden bij je bv af om box 2-heffing te voorkomen

Heb je schulden bij je bv van meer dan € 500.000? Dan moet je daarover box 2-belasting betalen. Er is een belangrijke uitzondering: je eigenwoningschuld bij je bv telt niet mee voor deze grens.

Let wel goed op de voorwaarden. Heb je deze schuld na 31 december 2012 afgesloten? Dan geldt de uitzondering alleen als je een hypotheekrecht aan je bv hebt gegeven. Met ‘eigenwoningschuld’ bedoelt de Belastingdienst alleen de lening voor de woning waar je zelf woont.

Kom je met je overige schulden boven de € 500.000 uit? Dan is het slim om (een deel) af te lossen, zodat je box 2-heffing voorkomt. In principe heb je daar nog tot eind 2026 de tijd voor. Dan kijkt de Belastingdienst naar hoeveel schuld je bij je bv hebt.

Tip
Sluit je een eigenwoningschuld af bij je bv? Regel dan altijd een hypotheekrecht voor je bv. Doe je dat niet, dan geldt de uitzondering niet en telt de schuld gewoon mee.

Twijfel je wat voor jou de beste aanpak is? Neem contact met ons op. We denken met je mee, kijken naar jouw situatie en helpen je om slimme keuzes te maken.

Het youngtimervoordeel staat onder druk en dit verandert er

Rijd jij in een auto van de zaak die onder de youngtimerregeling valt? Dan geniet je waarschijnlijk al jaren van een fijn fiscaal voordeel: een lagere bijtelling voor privégebruik. Maar opgelet, want dat voordeel gaat veranderen. De overheid heeft de regels aangepast, met directe gevolgen vanaf 2026 en een flinke verandering vanaf 2027.

In deze blog leg ik je uit hoe de youngtimerregeling werkt, wat er verandert en welke stappen je nog kunt nemen om je belastingpositie te beschermen.

Wat is de youngtimerregeling

Normaal wordt de bijtelling berekend als percentage van de cataloguswaarde van de auto inclusief BPM en btw. Voor de meeste auto’s is dat 22%, maar voor oldtimers en youngtimers geldt een andere regeling.

Waarom is de youngtimerregeling aantrekkelijk

Bij een youngtimer betaal je jaarlijks slechts 35% van de dagwaarde (de waarde in het economische verkeer). Het percentage is hoger dan het standaardtarief, maar omdat de grondslag veel lager ligt, levert het vaak een lager bedrag op. Hoe ouder de auto, hoe lager de dagwaarde en dus de bijtelling. Dat maakt deze regeling vooral interessant voor oudere auto’s.

Wat verandert er in 2026 en 2027?

2026 – leeftijdsgrens 16 jaar
Tot en met 2025 gold de regeling voor auto’s van minimaal 15 jaar oud. Vanaf 1 januari 2026 is dat 16 jaar. Auto’s die in 2025 15 jaar werden, mogen de regeling nog toepassen tot 31 december 2026, mits ze al vóór 31 december 2025 in gebruik waren en er geen andere berijder is gekomen.

2027 – minimumleeftijd 25 jaar
Het echte grote verschil komt in 2027: dan geldt de regeling alleen nog voor auto’s van 25 jaar of ouder. Voor veel youngtimers betekent dit dat ze terugvallen op de hoofdregel, met een hogere bijtelling en een stijging van het percentage (25% in plaats van 22%).

Let op: het gaat altijd om de datum van eerste tenaamstelling, niet het bouwjaar.

Wat kun jij nu doen?

Er zijn verschillende opties om op de veranderingen te anticiperen. Welke het beste bij je past, hangt af van je situatie: IB-ondernemer of DGA.

Opties voor iedereen

  • Verkoop de auto aan een derde. Houd rekening met een mogelijke waardedaling.
  • Beperk je privégebruik tot onder de 500 km per jaar. Zo betaal je geen bijtelling, maar in de praktijk is dat vaak lastig.

Opties voor IB-ondernemers

  • Heretiketteer de auto van ondernemingsvermogen naar privévermogen. Zo betaal je de autokosten zelf, maar mag je voor elke zakelijk gereden kilometer €0,23 aftrekken van je resultaat.
  • Voor de btw kan de auto gewoon ondernemingsvermogen blijven.

Opties voor DGA

  • Neem de auto over van de BV tegen de huidige (lage) waarde. Let op:
    • Over de verkoopsom moet de BV btw afdragen.
    • Een te lage overdracht kan worden gezien als verkapte winstuitdeling.
    • Na overdracht kan de BV een belastingvrije kilometervergoeding van €0,23 per zakelijk gereden kilometer betalen.
    • Als je geen btw-ondernemer bent, is btw na overdracht niet meer aftrekbaar.

Kom tijdig in actie

Wacht niet af en bespreek je situatie op tijd met je adviseur. De juiste keuze hangt af van de dagwaarde en leeftijd van je auto, je rechtsvorm en hoe veel kilometers je privé rijdt. Rijd je een youngtimer die in 2025 15 jaar is geworden? Dan profiteer je nog tot uiterlijk 31 december 2026 van het overgangsrecht, mits de auto al in gebruik was en er geen berijderswisseling heeft plaatsgevonden.

Neem contact op voor advies over jouw opties en de fiscaal meest voordelige keuze.

Let op, dit is het vervaltermijn wettelijke vakantiedagen

Wettelijke vakantiedagen zijn niet onbeperkt geldig. Neemt je werknemer de wettelijke vakantiedagen over een kalenderjaar niet op, dan vervallen deze in principe zes maanden na afloop van dat jaar. De wettelijke vakantiedagen over 2025 vervallen dus als je werknemers deze niet vóór 1 juli 2026 opnemen.

Let op: volgens Europese rechtspraak vervallen deze vakantiedagen niet automatisch. Je moet je werknemers namelijk tijdig en duidelijk informeren over de vervaltermijn van hun vakantiedagen. Daarnaast moet je hen actief stimuleren én daadwerkelijk de mogelijkheid bieden om deze dagen op te nemen.

Doe je dat niet (voldoende), dan blijven de wettelijke vakantiedagen bestaan. Het gevolg kan zijn dat er een stuwmeer aan niet-opgenomen vakantiedagen ontstaat. Bij uitdiensttreding kan je werknemer je vervolgens verzoeken deze opgebouwde dagen alsnog uit te betalen.

BTW en e-commerce: een overzicht van de (internationale) regels

Verkoop je producten via een webshop aan klanten in andere landen? Dan krijg je al snel te maken met internationale BTW-regels. En die zijn de afgelopen jaren flink veranderd. Denk bijvoorbeeld aan nieuwe regels voor afstandsverkopen, het OSS-systeem en de BTW-behandeling van dropshipping. In dit artikel zetten we de belangrijkste aandachtspunten voor je op een rij.

Afstandsverkopen binnen de EU: één drempelbedrag

Verkoop je producten aan particulieren in andere EU-landen? Dan spreken we van afstandsverkopen.

Vroeger had elk EU-land zijn eigen omzetdrempel. Dat zorgde vaak voor veel administratie en onduidelijkheid. Tegenwoordig geldt er één gezamenlijke drempel voor de hele EU: € 10.000 per jaar.

Blijf je met al je verkopen aan consumenten in andere EU-landen onder dat bedrag? Dan mag je de verkopen behandelen alsof ze in Nederland plaatsvinden. Je rekent dus gewoon Nederlandse BTW en geeft deze aan in je Nederlandse BTW-aangifte.

Kom je boven de € 10.000 uit? Dan verandert de situatie. Vanaf het moment dat je de drempel overschrijdt, moet je het BTW-tarief rekenen van het land waar je klant woont. Dat buitenlandse tarief moet je vervolgens ook blijven toepassen gedurende de rest van dat jaar en het volgende kalenderjaar.

Het is daarom belangrijk dat je webshopsoftware verschillende BTW-tarieven per land goed kan verwerken.

Buitenlandse BTW afdragen via het OSS-systeem

Zodra je buitenlandse BTW moet afdragen, lijkt het alsof je je in elk land apart moet registreren voor de BTW. Gelukkig is daar een oplossing voor: het One Stop Shop-systeem (OSS).

Met OSS kun je de BTW die je verschuldigd bent in andere EU-landen via één digitaal loket regelen bij de Nederlandse Belastingdienst. Je doet dan elk kwartaal één OSS-aangifte waarin je de buitenlandse verkopen verwerkt.

Binnen het systeem bestaan verschillende regelingen, afhankelijk van waar je onderneming gevestigd is en wat je verkoopt. Voor de meeste Nederlandse webshops geldt de Unieregeling, die gebruikt wordt voor goederen en diensten aan consumenten binnen de EU.

Moet je een factuur sturen bij online verkoop?

Bij online verkoop aan particulieren vragen ondernemers zich vaak af of ze verplicht een factuur moeten sturen. In veel gevallen is dat niet nodig.

Als je verkoopt aan consumenten en je gebruikt het OSS-systeem, dan volg je de Nederlandse regels. Voor B2C-verkopen is een factuur meestal niet verplicht. Een bestelbevestiging of kassabon is vaak al voldoende.

Geef je toch een factuur af? Dan moet deze wel voldoen aan de factuurregels van het land waar je klant woont.

Let op: de situatie verandert wanneer je in een ander EU-land een BTW-registratie hebt, bijvoorbeeld omdat je daar een magazijn gebruikt. In dat geval moet je de factuurregels van dat land volgen.

Bij verkopen aan zakelijke klanten (B2B) is een volledige factuur met BTW-nummers van beide partijen altijd verplicht.

Dropshipping en BTW: hoe zit dat?

Dropshipping kan BTW-technisch best ingewikkeld zijn. Bij dropshipping verstuurt je leverancier het product rechtstreeks naar jouw klant. Fiscaal gezien gaat het dan om twee leveringen: van de leverancier naar jou en van jou naar de klant.

Een veelvoorkomende situatie is dat goederen vanuit China rechtstreeks naar een consument in de EU worden verzonden. In dat geval kun je gebruikmaken van de IOSS-regeling (Import One Stop Shop).

Daarmee reken je de BTW direct af in je webshop en draag je deze maandelijks af via de IOSS-aangifte. Het voordeel is dat het pakket zonder extra kosten door de douane kan en je klant geen invoer-BTW of inklaringskosten aan de deur hoeft te betalen.

Worden goederen rechtstreeks vanuit bijvoorbeeld China naar een land buiten de EU verzonden, zoals de Verenigde Staten? Dan vallen deze verkopen buiten de Europese BTW-regels. Je hoeft in Nederland dan geen BTW af te dragen. Wel is het verstandig om te controleren welke lokale belastingregels in het bestemmingsland gelden.

Let op met de kleineondernemersregeling (KOR)

Voor webshops en dropshippers kan de kleineondernemersregeling (KOR) soms ongunstig uitpakken.

Wanneer je gebruikmaakt van de KOR, breng je geen BTW in rekening aan klanten. Maar je kunt ook geen BTW meer aftrekken op zakelijke kosten. Denk bijvoorbeeld aan kosten voor je webshop, marketing of software.

Daarnaast moet je bepaalde verlegde BTW (bijvoorbeeld op diensten van buitenlandse platforms zoals advertentieplatforms) wel betalen, terwijl je die niet kunt verrekenen.

Daarom is het belangrijk om goed te beoordelen of de KOR in jouw situatie wel voordelig is.

Verkopen buiten de EU

Lever je goederen aan klanten buiten de EU? Dan geldt meestal het 0% BTW-tarief. Je moet wel kunnen aantonen dat de goederen daadwerkelijk de EU hebben verlaten, bijvoorbeeld met transportdocumenten of douanepapieren.

Voor het Verenigd Koninkrijk gelden sinds Brexit aparte regels. Bij zendingen tot £135 moet je vaak Britse BTW rekenen en afdragen aan de Britse belastingdienst. Bij zendingen boven dat bedrag geldt meestal het exporttarief van 0% en betaalt de klant invoer-BTW bij aankomst.

Wat verandert er de komende jaren?

Ook in de komende jaren blijven de regels rondom e-commerce en BTW veranderen.

Zo verdwijnen naar verwachting bepaalde vrijstellingen voor goedkope importzendingen en worden douaneregels strenger. Daarnaast werkt de EU aan verdere digitalisering van het BTW-systeem. Denk bijvoorbeeld aan uitbreiding van het OSS-systeem en verplicht elektronisch factureren bij internationale B2B-handel.

Voor ondernemers die internationaal verkopen blijft het dus belangrijk om de ontwikkelingen goed te blijven volgen.

Deadline nadert: heb jij de eindheffing al aangegeven?

Heb je begin 2026 gecontroleerd of je in 2025 de vrije ruimte van de werkkostenregeling hebt overschreden? Dan betaal je als werkgever 80% eindheffing over het bedrag boven de vrije ruimte.

Doe je maandaangifte loonheffingen? Dan moet je deze eindheffing uiterlijk opnemen in de loonaangifte over februari 2026.
De deadline voor het indienen van deze aangifte is 31 maart 2026.

✔ Check of je de eindheffing al hebt opgenomen in de loonaangifte over januari
✔ Nog niet gedaan? Verwerk deze dan in de aangifte over februari

Tip
Controleer gedurende het jaar regelmatig of je nog binnen de vrije ruimte blijft. Zo voorkom je verrassingen achteraf.

Subsidieregeling schoon en emissieloos bouwmaterieel (SSEB)

Heb jij een in Nederland gevestigd bouwbedrijf of verhuur je bouwmaterieel/-materiaal? Dan is dit interessant voor jou. Sinds 3 maart en tot 30 oktober 2026 kun je gebruikmaken van de Subsidieregeling schoon en emissieloos bouwmaterieel (SSEB).

Binnen deze regeling zijn er drie mogelijkheden:
1️⃣ Aanschaf – voor de koop of lease van nieuw emissieloos bouwmaterieel.
2️⃣ Retrofit – voor het verduurzamen van bestaande machines.
3️⃣ Innovatie – voor haalbaarheidsstudies en experimentele ontwikkeling.

Hoeveel subsidie kun je krijgen?

Hoeveel subsidie je krijgt hangt af van de categorie en je bedrijfsomvang. Voor aanschaf kan bijvoorbeeld een deel van de meerkosten ten opzichte van een dieselvariant gesubsidieerd worden en voor innovatie en retrofit zijn hogere percentages mogelijk. De exacte bedragen en voorwaarden vind je in de regeling en op de RVO-lijst met erkende machines.

Ben je van plan te investeren in je bouwmaterieel? Check hier of je in aanmerking komt voor deze subsidie.

Dit betekent het verbod op contante betalingen vanaf € 3.000

Sinds januari 2026 geldt er een belangrijke nieuwe regel: contante betalingen van € 3.000 of meer zijn verboden voor handelaren in goederen. Verkoop jij bijvoorbeeld auto’s, sieraden, elektronica of meubels? Dan mag je zulke bedragen niet meer volledig contant aannemen of betalen. In andere landen zoals België, Frankrijk en Spanje bestond deze grens al. Nederland sluit daar nu bij aan. Maar wat betekent dit concreet?

Wanneer geldt het verbod?

Het verbod geldt voor iedereen die beroeps- of bedrijfsmatig handelt in goederen. Denk aan:

  • autohandelaren
  • juweliers
  • elektronicazaken
  • meubelwinkels
  • kunsthandelaren
  • pandhuizen

Het maakt niet uit of je verkoopt aan een particulier of aan een bedrijf.

Belangrijk:

  • Tot en met € 2.999,99 mag je nog contant betalen of ontvangen.
  • Is het bedrag € 3.000 of hoger? Dan mag maximaal € 2.999,99 contant en moet de rest via de bank.
  • Het hele bedrag giraal betalen mag natuurlijk ook.

Dit geldt ook als je in het buitenland goederen inkoopt en contant wilt afrekenen.

Let op: opsplitsen mag niet

Je mag het verbod niet omzeilen door betalingen op te knippen. Dus drie keer € 1.500 contant betalen voor één aankoop? Dat mag niet als die betalingen duidelijk bij elkaar horen.

Dit worden “samengestelde transacties” genoemd. Zie je dat er verband is tussen betalingen, dan moeten de bedragen bij elkaar worden opgeteld. Kom je dan boven de € 3.000 uit? Dan geldt alsnog het verbod.

Waarom is deze regel er?

Het doel is helder: witwassen en terrorismefinanciering tegengaan. Grote contante bedragen maken het makkelijker om crimineel geld in het systeem te brengen. Door deze grens wordt dat lastiger en wordt het betalingsverkeer transparanter.

Tegelijkertijd vervallen voor handelaren in goederen een aantal Wwft-verplichtingen. Maar dat betekent niet dat je achterover kunt leunen. Overtreding kan namelijk leiden tot een boete van de toezichthouder.

Wat betekent dit voor jouw administratie?

Voor jou als ondernemer is het belangrijk dat:

  • je administratie duidelijk laat zien hoe betalingen zijn gedaan;
  • je alert bent op kastransacties rond de € 3.000;
  • je medewerkers weten wat wel en niet mag;
  • je interne procedures hierop zijn ingericht.

Zie je (of zien wij) in de administratie toch contante betalingen boven de grens? Dan is het belangrijk om snel te schakelen. Soms is er sprake van een vergissing. Maar bij structurele overtreding moet je rekening houden met extra risico’s, mogelijke meldplichten en zelfs impact op je jaarrekening.

Aandacht tijdens onze werkzaamheden: hier letten wij op

Tijdens het uitvoeren van onze werkzaamheden kijken we niet alleen naar cijfers, maar ook naar signalen die kunnen wijzen op risico’s. Contante betalingen van € 3.000 of meer vallen daar nadrukkelijk onder.

Zien we zulke betalingen in je administratie? Dan moeten we in actie komen. Zeker als er sprake kan zijn van verhoogd risico op witwassen of terrorismefinanciering, of als het lijkt alsof wet- en regelgeving bewust wordt overtreden.

Wat doen we als we een overtreding zien?

Als we een contante betaling boven de grens signaleren, dan:

  • wijzen we je actief op het verbod
  • bespreken we wat er precies is gebeurd
  • kijken we of het incidenteel is of structureel
  • beoordelen we of je risicoprofiel moet worden aangepast
  • leggen we onze bevindingen zorgvuldig vast in het dossier

Is de impact groter? Dan bespreken we dit met het management en als het wettelijk nodig is, nemen we dit op in de managementletter.

Zie je zelf iets waarvan je denkt: dit voelt niet helemaal goed? Trek dan op tijd aan de bel. Hoe eerder we meekijken, hoe eenvoudiger het meestal is om het netjes op te lossen.